FIOS 2 – DBGC 4 6-5 (3-4)

Terwijl ik na het horen van de wekker langzaam mijn bed uitrolde, besefte ik dat ik was getroffen door een – uit de krochten van de hel gekropen – kramp in zowel linker- als rechterkuit. Een slechte zaak, want aan het eind van deze zaterdagochtend stond de kraker tegen DBGC 4 op het programma. De eerste wedstrijd na de winterstop – die trouwens slechts drie weken heeft geduurd – was bovendien meteen een belangrijke, daar bij winst de (gedeelde) koppositie zou kunnen worden veroverd. Dat gezegd hebbende, speelden overigens meer sentimenten mee die deze match tot een titanenstrijd zou moeten verheven. Sentimenten die voortkomen uit de sportieve geschiedenis van ondergetekende (lees: een tienjarig bij DBGC genoten jeugdopleiding).

Hoe het ook zij, rond een uur of half twaalf stonden 22 spelers, klaar om het balletje in beweging te brengen. De lucht was grauw, ont-zet-tend grauw. Het veld was zwaar, on-voor-stel-baar zwaar. De tegenstander was blauw, on-ge-loof-lijk blauw. Misschien dat de kleur intimiderend werkte, want het duurde niet lang voordat DBGC met een afstandsschot op voorsprong kwam: 0-1. Hoewel de Oude-Tongenaars (hiermee doel ik in dit geval niet op de gebroeders Van Otzel, Thijs en ondergetekende) met een aardig sterk team voor de dag waren gekomen, wist het tweede zo nu en dan zélf aardig voetbal te laten zien. Na een minuut of twintig wist Koen dit tevens in de score uit te drukken door weg te draaien bij zijn directe tegenstander en de bal tergend langzaam langs alles en iedereen (doelman incluis) in de benedenhoek te werken: 1-1. Helaas voor de Achthuizense vedettes kon niet lang worden genoten van deze tussenstand, want vrijwel direct na de gelijkmaker kwam DBGC weer op voorsprong. Tot overmaat van ramp werd de – voor deze wedstrijd bereid gevonden – routinier Bas op de neus geraakt; het bloed vloeide rijkelijk, maar onder het mom van ‘niet te kinderachtig’ stond hij weer op om verder te spelen. Kort daarna moest Bas echter tóch het veld verlaten met een – wat later bleek – breukje in zijn neus.

Het spel golfde ook zonder Bas op en neer, waarbij DBGC weliswaar verzorgder voetbal liet zien, maar niet per se meer kansen wist te creëren. Daarvoor stond de defensie met Thijs, Yoran, Bob en Julian als vlaggendragers simpelweg te goed opgesteld. Misschien is de topsnelheid van de hiervoor genoemde mannen niet al te hoog (understatement wellicht?), maar de kwaliteit van het ‘schermen’ van je tegenstander was in die zin aanwezig, dat een rappe tred niet eens noodzakelijk was. FIOS wist er af en toe aardig uit te komen, resulterend in enkele schotjes van afstand. Dat de 2-2 ook van een dergelijk kaliber zou zijn, had niemand kunnen bevatten: Sander wist met een voorzet van bij de cornervlag de bal over de DBGC-goalie te werken. Vreugde alom, maar wederom slechts voor een vrij kort tijdsbestek, want al rap na de gelijkmaker wist DBGC – wederom met een knal van grote afstand – op voorsprong te komen. Tot overmaat van ramp zorgde een goed binnen gekrulde vrije trap zelfs voor een marge van twee. Gelukkig wist Koen vlak voor rust het verschil weer terug te brengen naar één, nadat hij – na een buitengewoon mooie aanval – zijn tweede van de middag binnenschoot: 3-4.

Tijdens het bekertje thee liet Johan nog maar eens even merken dat tegen deze sterke tegenstander voldoende mogelijkheden waren om toch nog de volle buit binnen te slepen. Maar het mocht allemaal wel een tikkeltje feller… Deze woorden galmden gedurende de tweede helft in menig FIOS-brein nog tientallen minuten door, waardoor het perspectief op een feitelijke realisering van de in de rust uitgesproken hoop steeds dichterbij kwam. Wat heet: direct in de tweede helft werd aan de tegenstander uit Oude-Tonge duidelijk gemaakt dat we nog niet op onze rug waren gaan liggen. Met beter positiespel en leuke aanvallen over de vleugels, werd een offensief ingezet waarmee DBGC achteruit werd gedrongen. Dit resulteerde al vrij snel in een knappe aanval, die over meerdere schijven (Bernd draaide knap en rap weg, waarna hij Sander langs de lijn wegstuurde die de bal strak voorgaf) via de voet van een tegenstander in het eigen doel werd gewerkt: 4-4. Deze gelijkmaker resulteerde in een vreugde-uitbarsting, die nog eens dunnetjes werd herhaald bij het vallen van het volgende doelpunt. Bernd wist goed af te ronden en het tweede voor het eerst dit duel op een voorsprong te zetten: 5-4.

Gelijk aan het scenario van de eerste helft, kon ook van deze treffer niet lang worden genoten: ex-FIOS-speler Erik wist met – wederom – een vlammend afstandsschot Bonno te passeren: 5-5. Wederom gelijk, en ditmaal was het menens. DBGC begon met veel pressie naar voren te spelen, waardoor de Achthuizenaars er eigenlijk moeilijk aan te pas kwamen. Corners vlogen het tweede om de oren, en de lange Oude-Tongenaars waren een aantal keren bijzonder dichtbij een goal. Tot hun grote ergernis (en ontzetting) vloog de bal echter niet meer tegen de touwen; althans, niet aan de door FIOS verdedigde zijde. Tegen het einde van de wedstrijd werd Corné ingebracht, en met zijn snelheid wist hij keer op keer op te stomen langs de linkerzijlijn; dit resulteerde uiteindelijk in een halve punter met links (uiteraard met links, zou je haast zeggen; in de wandelgangen wordt gezegd dat niemand hem ooit een bal met de rechtervoet heeft zien toucheren) die tegen de arm van een DBGC’er belandde: strafschop. De toegekende penalty werd onberispelijk door diezelfde ‘Neef’ binnengeschoten, waarna bij het nemen van de aftrap het laatste fluitsignaal vrijwel direct klonk. En dat kon maar één ding betekenen: winst! 

De 6-5 overwinning op ‘de blauwen’ werd gadegeslagen door enkele verwaaide supporters en met hartelijk gejuich begroet. De zege op dit sterke DBGC leverde niet alleen drie punten op, maar was tevens een bevestiging van de mogelijkheden van dit elftal. Hoewel er op papier natuurlijk een hoop is ingeleverd, lijkt dit clubje een hecht collectief (of, voor de wat oudere lezers die het EK ’88 nog bewust hebben meegemaakt: dit is een goed stel hoor) dat in staat is om ook de ‘betere’ tegenstanders aan het wankelen te brengen. Ik zal niet teveel op de zaken vooruitlopen, maar momenteel staan ‘de vedettes van twee’ helemaal bovenaan; met Bernd in het team is een platte kar bovendien zo geregeld…

Namens jullie favoriete ex-blauwe,
Stefan