Corona slaat hard toe: het is cliché, maar helaas wel waar. Dat er op deze zaterdagochtend toch kon worden afgetrapt mag dan ook worden gezien als een gelukstreffer, want de kans bestaat dat we na de persconferentie van aanstaande dinsdag op de lange termijn niks meer van Mark en Hugo mogen (waar uiteraard iets voor te zeggen valt). Hoe het ook zij, vandaag stond er dus nog wél een wedstijd op het programma: thuis tegen het zesde van De Jonge Spartaan.
Een tegenstander die in de aanloop naar het duel bij ondergetekende een stressreactie opriep; begin januari ging het tegen hetzelfde team (zij het dat deze jongens destijds onder de vlag van het vierde speelden) enigszins mis. Zouden de goden niet een gelijksoortig iets in petto hebben? Ik kan alvast verklappen dat het allemaal reuze meeviel, hoewel de wedstrijd eentje zou worden waar nog lang over nagepraat zou worden…
De eerste twintig minuten van de wedstijd stond het tweede onder een dusdanige druk, dat het niet zozeer de vraag was of, maar wanneer de eerste tegengoal zou vallen. Vijandige schoten vlogen ons om de oren en het is dat Sebas zijn werk naar behoren deed, anders had het na een half uur spelen al een nulletje of vier in het voordeel van de ‘gegner’ uit Middelharnis zijn. Het aantal corners tegen was niet op één, twee of ook maar drie handen te tellen; het feit dat letterlijk iedere directe tegenstander een centimeter of 30 langer was dan de FIOS-evenknie, maakte bovendien dat eenieder met knikkende knietjes afwachtte wat er nu weer zou gebeuren.
Na een half uur spelen, lukte het de Achthuizenaars zowaar voor het eerst om een enigszins in de buurt te komen van het vijandige doel. Niet dat dit enig gevaar opleverde, maar het is toch een aardige noot in dit verslag: het tweede speelde gehaast, onzuiver en bovenal ongeïnspireerd. Daar wist De Jonge Spartaan an sich best aardig gebruik van te maken, was het niet dat elke doelpoging in de kiem werd gesmoord. Slechts een keer wisten de blauw-zwarten het net te vinden, maar de treffer werd – op aangeven van vlagger Danny – afgekeurd wegens buitenspel.
Ondanks het feit dat FIOS vrijwel de gehele eerste helft op ieder front werd afgetroefd, wist de thuisspelende ploeg kort voor rust zowaar de grootste (en voor FIOS enige) kans van het eerste bedrijf te creëren: Dominic werd de diepte ingestuurd en hij legde de bal breed op Moreno, waarna laatstgenoemde helaas op de keeper stuitte. Ondanks deze kans mochten de handjes worden dichtgeknepen toen het rustsignaal werd gegeven; met de fameuze brilstand werden de kleedkamers opgezocht.
De tweede helft betraden enkele nieuwe adonissen het veld en op een of andere wonderlijke wijze wist FIOS binnen een paar minuten – eigenlijk vergelijkbaar met het begin van de tweede helft tegen Rockanje – op voorsprong te komen. Een steekpass van Thijs kwam bij ondergetekende net niet lekker aan, maar na een scrimmage wist het leer Romano wél goed te bereiken en hij haalde ongenadig uit: 1-0. Met ongeloof op de gezichten werd juichend naar de eigen helft teruggelopen: hoe was dit nou mogelijk?
Het eerste kwartier was overigens niet eens zo heel onbehoorlijk (lees: minst slecht), zeker in vergelijking met het spel dat de rest van de wedstrijd werd vertoond. Er werd wat meer gevoetbald (even specifiek de credits voor Thijs, die – dravend als een jong paard – de beste 20 minuten van zijn leven voetbalde en daarna werd gewisseld om aan het zuurstof te gaan), en zo nu en dan doken de oranjewitten gevaarlijk op voor het vijandige doel. Onder andere Romano had hierbij de kans om zijn tweede van de middag te maken, maar ook Dominic wist – na goed weggedraaid te zijn bij zijn tegenstander – met zijn schot van afstand het doel nét niet te vinden. Na deze betere fase werd De Jonge Spartaan weer wat sterker: met een hoop lange ballen probeerden ze de FIOS-defensie te slechten. En eerlijk is eerlijk: dit lukte eigenlijk best wel vaak. Gelukkig voor de Achthuizense vedettes keepte Sebas de wedstrijd van zijn leven en wist hij zijn doel keer op keer met verve te verdedigen.
De eigen zestienmeter verwerd na verloop van tijd tot een loopgraaf en eenieder die zich er iets langer dan een paar minuten bevond, had uiteindelijk een bruin broekje (hoewel dit ook eventueel door de spanning zou kunnen komen). ‘’Voetbal is oorlog’’ zei Rinus Michels ooit, en dat leek het soms ook wel even te zijn op deze zaterdag. Een strijd die FIOS keer op keer leek te gaan verliezen: een bal op de paal, schoten voorlangs, in het zijnet, gestopt door Sebas, geblockt door Edwin, en het bleef maar doorgaan. Een spervuur aan gevaarlijke momenten was ook in de tweede helft waarneembaar, en degene die de statistieken bijhield kon naar hartenlust turven.
Met nog tien minuten te gaan leek De Jonge Spartaan echter moe te zijn geworden van de eigen missers, en steeds vaker kwam FIOS zelf weer aan voetballen toe. Weliswaar counterend, maar wat zou het. De spanning zorgde er helaas voor dat de opgezette tegenaanvallen vaak in de kiem werden gesmoord, maar toch vielen er nog wat kansen te noteren. De grootste wellicht op naam van Jop, maar hij was niet in staat om de bal zuiver te raken, nadat de bal via Moreno, Romano en ondergetekende bij hem terecht was gekomen.
Het bleek echter niet van belang te zijn voor het eindresultaat: kort nadien floot scheidsrechter Bernd namelijk voor het laatst op zijn fluitje, waarmee FIOS 2 wederom drie punten kon bijschrijven. Hoewel er geen toeschouwers aanwezig mochten zijn, was een enkeling toch komen kijken vanaf het hek bij de peuterspeelzaal, en ik denk dat deze gelukkigen kunnen beamen dat het wedstrijdverloop en de winst voor FIOS een van de grootste wonderen is, sinds de terugkeer van de Heere Jezus op aard. Ook in de kleedkamer werd nog vol ongeloof nagepraat over deze dik onverdiende zege. Ach ja, de drie punten tellen nog steeds. Trainer Johan gaf dan ook terecht aan: een gestolen overwinning, maar dat maakt het alleen maar extra lekker.
Hopelijk (ik vrees met grote vrezen) tot volgende week!
Stefan
