Interview met Hans de Rover

Hans de Rover (FIOS): ‘Volgend seizoen draaien wij bovenin mee’

Hij had als trainer met EDS, HOV, Zwart Wit’28, Excelsior’20, Hermes DVS, Rijnmond Hoogvliet Sport, Smitshoek, Poortugaal, NSVV, OSV Oud-Beijerland en Pernis al een hele rij clubs op zijn naam staan, maar in mei 2015 deed Hans de Rover noodgedwongen een stapje terug. Het ging hem aan zijn hart om geen trainer meer te zijn, maar hij had er geen tijd meer voor.

‘Op mijn werk had ik het al razend druk en ik kreeg de mogelijkheid verder te groeien en te zorgen voor later’, blikt hij terug op dat ingrijpende besluit. ‘Die kansen kreeg ik al eerder, maar die had ik steeds niet gepakt. Toen kwam die mogelijkheid weer voorbij en als ik het toen weer niet gedaan had, had ik me dat waarschijnlijk daarna altijd kwalijk genomen. Maar het hield dus wel in dat ik geen trainer meer kon zijn. Ik maakte vaak meer dan 60 uur in de week en dan kun je met goed fatsoen geen trainer meer zijn.’

We zijn inmiddels een aantal jaar verder en Hans heeft de draad weer opgepakt. Voor het tweede achtereenvolgende seizoen is hij trainer van FIOS uit Achthuizen op Goeree-Overflakkee, dat uitkomt in de vierde klasse I.

Hoe ben je bij die club terecht gekomen?

Hans: ‘Ik heb het nog altijd druk op mijn werk, heb er soms nog steeds weken bij van boven de 60 uur, maar trainer zijn is een hobby van me. Het is ontzettend leuk om van mensen met verschillende karakters en met verschillende kwaliteiten een functionerend geheel te maken en dat werk miste ik toch wel. Waarom zou ik het weer niet gaan doen, vroeg ik mezelf steeds vaker af. Jan Hagens had lucht gekregen dat ik weer wilde gaan trainen. Jan doet bij FIOS al jaren heel veel dingen en ik ken hem van in de tijd dat ik bij NSVV trainer was. ‘Waarom kom je niet naar FIOS’, vroeg hij me.’

En het werd dus FIOS. Waarom ben je daar trainer geworden?

Hans: ‘Al jaren eindigden ze onderin de vierde klasse, maar toch is het een club met mogelijkheden. In tegenstelling tot een paar verenigingen in de buurt is FIOS financieel een heel gezonde club. Ze hebben de beschikking over een geweldig mooie accommodatie, compleet met een sporthalletje en de voetbalkantine doet ook dienst als dorpshuis. Het leeft hier. En de spelersgroep heeft potentie, die kan doorgroeien. Als we de randvoorwaarden verder optimaliseren, waarbij ik niet denk aan spelers gaan betalen; ik denk dan aan hen aankleden, aan een uitgebreider trainingskamp en dat soort dingen, dan moet FIOS aantrekkingskracht genoeg gaan krijgen voor spelers uit de buurt om hier te komen voetballen. Want wij zijn echt aan het groeien. Vorig seizoen eindigden we op de dertiende plek, nu staan we zesde. Er zijn dit seizoen drie jongens teruggekeerd die hier eerder gevoetbald hebben en er zijn nog twee andere spelers bijgekomen. Vier van die vijf zijn basisspeler en de vijfde kan dat zeker nog worden. Als wij hier de boel bij elkaar kunnen houden en als er weer twee, drie voetballers bij komen, dan draaien wij volgend seizoen mee bij de bovenste drie, schrijf dat maar op. Clubs die nu in de vierde klasse het verschil maken, hebben één, twee spelers tot hun beschikking die het verschil kunnen maken. Als we een paar spelers hebben met die kwaliteiten, dan doen wij komend seizoen al mee om de titel. Joh, er zijn hier zoveel doorgroeimogelijkheden. Ik zie dat helemaal zitten. Daarom moeten we heel alert zijn op potentiële versterkingen en actie ondernemen als de kans er is dat spelers die wij er graag bij zouden willen hebben bij hun club gaan vertrekken. Nee, ik ga niet lopen ronselen. Maar als je dingen hoort of ziet, dan mag je toch contact opnemen en FIOS bij hen onder de aandacht brengen? Als je dat vroeger deed reageerden ze altijd dat ze hier niets te zoeken hadden omdat de club bijna altijd onderin eindigde. Maar dat gaat veranderen. Echt, daar geloof ik heilig in.’

Zo te horen blijf jij dus nog wel een aantal seizoenen trainer bij FIOS.

Hans: ‘Die kans is reëel, ja. Ik heb het hier reuze naar mijn zin en als dat zo blijft, kan ik hier echt nog wel een aantal jaren werkzaam zijn. Als de club dat ook ziet zitten, tenminste. Maar als ik er geen plezier meer in heb, kan ik ook zo weg zijn. Maar waarom zou dat gebeuren? Zoals het nu gaat, is het voor mij heel leuk en uitdagend. En het is ook goed te combineren met mijn werk. De club doet niet moeilijk als ik eens een avondje niet bij de training kan zijn of op zaterdag een wedstrijd moet missen. Dat gebeurt niet vaak, maar het komt wel eens voor dat mijn werk het niet toelaat naar FIOS te gaan. Hier wordt dat geaccepteerd en dat zou bij andere verenigingen toch wel een probleem zijn, vermoed ik.’

Veel mensen die ik spreek, vinden Hans de Rover een hele aardige vent. Ben jij echt zo aardig?

Hans: ‘Ha, ha, aardig; dat ga ik van mezelf niet zeggen. Maar ik probeer wel altijd heel duidelijk te zijn. En consequent. Het is bij mij vandaag ja of nee en morgen is dat nog hetzelfde. Zo moet je zijn als trainer, vind ik. Dan weten ze wat ze aan je hebben. Bij FIOS heb ik afspraken gemaakt toen ik begon. Dat je moet trainen om op zaterdag te kunnen spelen, bijvoorbeeld. Maar dat soort dingen moet je wel in perspectief zien, want soms is er echt wel een goede reden waarom een training overgeslagen wordt. Romario was bij PSV vroeger ook niet altijd op de training. Guus Hiddink deed daar als trainer niet moeilijk over. Die zei dan tegen Romario: ‘Als jij er straks in de wedstrijd twee maakt, praat ik nergens meer over.’ Zo kan het dus ook. Je moet als trainer niet alles willen zien. Als je maar duidelijk bent en uitleg verschaft. Ik probeer ook oprecht geïnteresseerd te zijn in mijn spelers. Wat ze doen, hoe het thuis is. Dat soort dingen. Daarin ben ik wel een mensenmens. Ik probeer ook altijd de positieve kant van iets te zien. Als er verloren wordt is het heel makkelijk om je groep af te branden, maar je kunt ook de dingen benoemen die wel goed gegaan zijn. Als je het dan daarna ook hebt over die dingen die niet goed gegaan zijn, heeft dat meer effect. Maar ik kan ook hard zijn, hoor. Als afspraken niet nagekomen worden, of als er geen inzet getoond wordt, dan ben ik niet de makkelijkste. Zo wisselde ik in de allereerste competitiewedstrijd al na een half uur een speler. Die vond dat toen natuurlijk niet leuk. Ik heb hem nadien uitgelegd waarom ik hem eruit haalde en nu begrijpt hij het wel. Hij was het achteraf gezien zelfs met me eens. Kijk, zo moet je omgaan met je spelers, vind ik. Altijd die uitleg verschaffen en altijd eerlijk en oprecht zijn.

Daarnaast moet je als trainer ook laten zien dat je het naar je zin hebt en je moet er voor zorgen dat je spelers het ook naar hun zin hebben. Plezier is namelijk heel belangrijk, ook al omdat we nu nog in de situatie zitten dat er op zaterdag niet altijd gewonnen wordt. Ook als je niet wint moet je eenheid smeden, samen leuke dingen doen. Vroeger was het bij uitwedstrijden zo dat er niet meer naar de club teruggekeerd werd. Iedereen ging meteen naar huis. Nu gaan we wel terug naar het clubhuis. De eerste keer dat we dat deden zaten er 10, 12 mensen en was het nog een beetje een dooie boel. Maar dat is gaan groeien. Afgelopen zaterdag zaten er meer dan 40 mensen en die bleven tot in de avond hangen. Dit soort dingen zijn heel belangrijk. Daar kweek je een onderlinge band mee, daarmee bevorder je de samenhang. Als dan de prestaties nog verder verbeteren, en ik ben er van overtuigd dat dit gaat gebeuren, dan wordt het bij FIOS nog mooier dan dat het al is.’

Bron: Voetbalrotterdam.nl